Waarom was vroeger alles beter?

30 december 2013

‘Vroeger was alles beter’, het is een gevleugelde uitspraak van menig ouder persoon uit onze omgeving. Nu er een nieuw jaar voor de deur staat schuiven we bovengemiddeld vaak aan bij familie en bezoeken we onder andere de opa’s en oma’s van deze tijd. Zij kunnen ons als geen ander vertellen hoe voorheen alles veel beter was dan hoe we het nu hebben en hoezeer ze terugverlangen naar die onbezorgde tijd.

We lijken tegenwoordig inderdaad stukken sneller (of gehaaster) te leven dan voorheen en ook economisch gaat het ons de laatste jaren niet bepaald voor de wind. Klopt het echter dat vroeger alles beter was, of heeft dit vooral te maken met de herinneringen die ouderen hebben? Zou het zo kunnen zijn dat ons brein ons als het ware voor de gek houdt en we daardoor het idee hebben dat het vooral de jaren uit het verleden waren waarin we genoten van het leven? Is dit iets waar we binnen de consumentenpsychologie rekening mee dienen te houden?

Kloppen onze herinneringen?

Het internet gebruiken we pas enkele tientallen jaren en ook de mobiele telefoon is er in een relatief korte tijd in geslaagd onmisbaar te worden. We kunnen eenvoudig in contact komen met de andere kant van de wereld, bestellen vanuit onze luie stoel producten en sturen gratis emailberichten in plaats van brieven die om alsmaar duurder wordende postzegels vragen. Was het vroeger echt zoveel beter?

Het lijkt er meer op dat het vooral de kracht van bepaalde herinneringen is die ervoor zorgt dat ouderen het idee hebben dat voorheen alles beter was. We hebben de neiging om op oudere leeftijd vooral de positieve ervaringen van vroeger te onthouden, de negatieve geven we veel minder aandacht. Je kunt de werking van ons brein zien als een netwerk van gebeurtenissen en kennis van onder andere bepaalde mensen, spullen of tijden. De verbanden tussen deze ‘hubs’ van informatie kun je uittekenen als lijnen binnen een associatief netwerk. Op het moment dat we terugdenken aan een van onze mooie herinneringen ervaren we niet alleen plezier, de lijn tussen de twee ‘hubs’ wordt ook weer een stukje dikker (sterker). Door regelmatig terug te denken aan deze positieve herinneringen ontstaan er steeds dikkere lijnen, waardoor de associaties sterker worden en we ons de positieve zaken beter kunnen herinneren. Het vaker activeren van de positieve herinneringen zorgt ervoor dat deze veel prominenter lijken dan de negatieve, waardoor we het idee kunnen krijgen dat voorheen alles beter was.

Peak-End rule

Bovendien kan de Peak-End rule verklaren waarom veel langdurig negatieve gebeurtenissen relatief weinig aandacht krijgen. We maken in ons leven over het algemeen maar weinig negatieve gebeurtenissen mee die zeer kort van duur zijn, maar toch een enorme impact maken. In de meeste gevallen groeit de impact met de duur van de negatieve ervaring. De Peak-End rule beschrijft dat we ons van gebeurtenissen (onafhankelijk van de valentie) slechts de ‘piek’ en het ‘einde’ herinneren. Kahneman en Tversky deden hier onderzoek naar, onder andere door patiënten die een endoscopie dienden te ondergaan te onderwerpen aan ofwel een reguliere (pijnlijke) ingreep, of een ingreep die ze bewust kunstmatig nog iets verlengde. Hierbij zorgden ze ervoor dat de verlenging minder pijnlijk was dan de reguliere ingreep. Daarnaast voerden ze een onderzoek uit waarbij proefpersonen hun handen in een bak met koud water dienden te houden. Dit is thuis gemakkelijker te repliceren, waardoor dit de moeite van het beschrijven nog meer waard is.

Proefpersonen staken hun handen 60 seconden in een bak met koud water, bijvoorbeeld 14 graden Celsius. Tijdens een volledige minuut gaat dit behoorlijk pijnlijk aanvoelen. De helft van de proefpersonen mocht de handen na een minuut uit de bak halen en diende vervolgens aan te geven hoeveel pijn ze aan hun handen hadden ervaren. De andere helft van de proefpersonen diende hun handen na deze 60 seconden nog 30 seconden in een bak met water van 15 graden te steken. Het water was iets minder koud, waardoor dit minder pijnlijk aanvoelde. Zij gaven na de totale 90 seconden aan hoeveel pijn ze hadden ervaren.

Het opvallende resultaat was dat proefpersonen die hun handen 60 seconden in koud water hadden gehouden, aangaven meer pijn te hebben ervaren, dan de proefpersonen die na die 60 seconden nog 30 seconden iets minder koud water hadden moeten trotseren. De Peak-End rule beschrijft dat we ons alleen de ‘piek’ (in beide gevallen 14 graden Celsius) en het einde (14 graden vs 15 graden) van een gebeurtenis over tijd herinneren en daar het gemiddelde van nemen, om de ervaren pijn weer te geven

Dit heeft grote invloed op bijvoorbeeld de behandeling in ziekenhuizen, maar ook die van een arts of een tandarts. We kunnen de Peak-End rule gebruiken om positieve of negatieve gebeurtenissen over tijd zo vorm te geven, dat we een maximaal positief gevoel, of een minimaal negatief gevoel ervaren en beschrijven.

Gelukkig nieuwjaar

Wees daarom bovendien gerust dat een langdurige periode van ziekte of negativiteit, waarbij het aan het eind langzaam beter gaat, uiteindelijk slechts een geringe impact zal hebben op de herinneringen die je overhoudt aan 2013. Wil je later met veel plezier terugdenken aan het jaar? Zorg er dan in ieder geval voor dat je het jaar op een knallende manier afsluit, aangezien dit de ervaring enorm ten goede zal komen! De kans is groot dat je over enkele tientallen jaren dan ook je kinderen en wellicht kleinkinderen aan zal geven dat vroeger alles beter was, je weet immers niet beter wanneer je slechts oppervlakkig door je brein bladert om herinneringen op te halen.

Bron:

  • Kahneman, D. en Tversky, A. (2000). Choices, values and frames. New York: Cambridge University Press and the Russel Sage Foundation.

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply